Het wapen van Urk
Aan de gemeente Urk is bij Koninklijk Besluit van 26 november
1819 een wapen verleend. De beschrijving op het wapendiploma
luidt: "Zijnde van lazuur, beladen met een schelvis in
zijne natuurlijke kleur".
Symboliek
De kleur lazuur, ook wel aangeduid als ultramarijn, is de mooiste
kleur onder de verfstoffen. De sterke binding die de vissersgemeenschap
met de zee heeft wordt door de blauwe kleur tot uitdrukking
gebracht.
Het feit dat Urk van oudsher een vissersgemeenschap is wordt
uitgedrukt in de schelvis. Deze heeft van nature de volgende
kleuren: de rug is donker groenbruin, de flanken zilverwit en
de buik wit. Verder is de vis herkenbaar aan de kindraad. De
huidige heraldische eis verbiedt echter in een wapen het gebruik
van metaal op metaal evenals kleur op kleur. Op voorstel van
de Hoge Raad van Adel wordt sinds 1955 de schelvis in zilver
afgebeeld.
Gemeentevlag
In 1964 is door de stichting voor Banistiek en Heraldiek in
Muiderberg een ontwerp gemaakt voor een gemeentevlag. De omschrijving
van de vlag luidt: "blauw met een witte schelvis, langs
de bovenzijde van de vlag een smalle, in twee horizontale banen
van rood en wit verdeelde zoom en langs de onderzijde van de
vlag een smalle, in twee horizontale banen van rood en wit verdeelde
zoom, de zomen met een hoogte van elk 1/6 van de totale vlaghoogte".
Dit ontwerp is in 1965 door de gemeenteraad vastgesteld.
Naamsverklaring
Voor de naam van het eiland bestaat geen sluitende verklaring.
Taalkundig staat Urk naast Ork, wat onder meer inhoudt: onhandelbaar,
koppig, onverzettelijk. Deze begrippen passen in beeldende zin
heel goed bij een uit het water oprijzende hoogte, gelijk een
rots. Zo lijkt het begrip hoogte, dat wel als mogelijke betekenis
is genoemd, een goede gissing te zijn.
Daarnaast is Urk als eiland ongetwijfeld steeds een toevluchtsoord
geweest. De genoemde betekenissen van ork kunnen overigens tevens
karakteristiek zijn voor sommige wateren, wat een verklaring
kan zijn voor diverse ork-achtige riviernamen.
Het Urker dialect
Op een groot deel van het Nederlandse platteland wordt dialect
gesproken. En ook op Urk. Maar terwijl de dialecten op het platteland
in elkaar overvloeien vormt Urkers in figuurlijke zin een eiland.
Het Urker dialect wordt alleen op Urk gesproken en is nauwelijks
verwant aan andere dialecten. Dit kan verklaard worden uit het
isolement van de bewoners. De Urker bevolking spreekt dan ook
van 'Ik kom van Urk' of 'Ik woon op Urk' in plaats van 'Ik kom
uit Urk' of 'Ik woon in Urk'.
Over de geschiedenis van het Urker dialect is weinig bekend.
De oudst bewaard gebleven teksten die in het Urkers zijn geschreven
dateren van omstreeks 1870. Eén ervan betreft het verhaal
over de gelijkenis van de verloren zoon dat uit de Bijbel was
overgenomen. Het Urker dialect zelf is natuurlijk al veel ouder.
Er zijn taalkundige onderzoeken gedaan naar het Urker dialect.
In 1874 en 1875 werd er voor het eerst gepubliceerd over het
dialect. Na enkele artikelen van de Urker onderwijzer Klaas
Koffeman volgden meer onderzoeken. Vooral naar specifieke woorden
die alleen in het Urkers voorkomen, bijvoorbeeld; taote (vader),
mimme (moeder), buie (vriend) en poesen (zoenen).
Het Urkers klinkt uniek. Het dialect kent 10 vocalen - (samengestelde)
klinkers - die in een korte en een lange vorm voorkomen. Dit
verschil in lengte is bepalend voor de betekenis van een woord.
Enkele typische Urker uitdrukkingen zijn:
- Je moeten de skapen skeren nor se wolle eawen
Je moet de schapen scheren naar ze wol hebben
- Drie keer zal kabel ouwen
Drie keer zal de kabel houden
- Een gewoente wort wet
Een gewoonte wordt wet
- Je moeten niet alle soorten nor je eagen skatten
Je moet niet alle soorten naar je eigen schatten
- Geborsten kommetjes stoon et langste in et blad
Gebarsten kommetjes staan het langst op het blad
Net als in het Nederlands vinden er aanpassingen plaats in het
Urker dialect. Engelse woorden bijvoorbeeld, worden door de
Urkers eigen gemaakt en op eigen manier uitgesproken. Het dialect
past zich ook aan de tijd waarin we leven. 100 jaar geleden
werd er anders gesproken dan nu.
De Urker klederdracht
Urk heeft, net als andere vissersplaatsen, een eigen klederdracht.
Tegenwoordig wordt deze alleen gedragen door een beperkt aantal
ouderen en op hoogtijdagen. Ondanks het feit dat de klederdracht
in onbruik raakt is het zeker een beschouwing waard.
Allereerst moet worden vastgesteld dat ook de klederdracht aan
mode onderhevig is. Door de tijden heen zijn duidelijke verschillen
zichtbaar. Het aantal mensen in klederdracht neemt ieder jaar
af. Uit een telling van 1 januari 2000 blijkt dat 46 vrouwen
en 16 mannen de Urker klederdracht nog dragen. Tijdens de Urkerdag,
de zaterdag voor Pinksteren, lopen veel mensen in klederdracht.
Jong en oud pronkt dan met hun mooiste kleren. Daarnaast steken
zangkoren zich in de dracht en willen grootouders hun kleinkinderen
nog wel eens optuien (voor de sier aankleden). Met het verdwijnen
van de dracht gingen ook rouwgebruiken verloren, evenals de
werkgelegenheid en vaardigheid van de naaisters. In het museum
"Het Oude Raadhuis" is een uitgebreide collectie klederdracht
te bewonderen.
|